Welke insecten vangt de vleesetende plant Sarracenia?
zaterdag 22 augustus 2020 - 0 Comments
Posted by Killian
Sarracenia is een geslacht van vleesetende planten dat van nature voorkomt in de Verenigde Staten en Canada. De meeste soorten komen voor aan de Oostkust van de VS. Deze bekerplanten komen voor in open moerassen, vaak omgeven door dennenbossen. Doormiddel van het vangen van kleine insecten kunnen ze extra voedingsstoffen zoals stikstof (N) en fosfor (P) opnemen in de voedselarme en vaak natte gronden waar ze groeien.
Prooien in de natuur
De prooien van Sarracenia zijn best divers, S. rubra, S. minor en S. psittacina vangen vooral niet-vliegende insecten zoals mieren en S. psittacina kan zelf organismen in het water vangen doormiddel van de typische fuikvallen. Ook bij de andere soorten (S. flava, S. alata, S. leucophylla en S. purpurea) zijn mieren een groot deel van de vangst alsook verschillende keversoorten en andere insecten.
Vlinders en motten zijn nog een andere groep van insecten die door Sarracenia gevangen wordt en dit lijkt vooral bij S. leucophylla het geval te zijn. Mogelijk komt dit door de witte kleur van de bekers. Bijen en hommels worden ook wel eens gevonden in de bekers van bepaalde soorten maar dit is slechts een heel klein percentage en heeft gelukkig geen negatieve effecten op de bijenpopulaties. Verder vangen de grotere soorten (vb. S. flava & S. leucophylla) over het algemeen meer vliegende insecten zoals vliegen dan de lagere soorten (vb. S. purpurea).
Prooien in cultivatie
In België en Nederland vangen Sarracenia voor het grootste deel verschillende soorten vliegen, mieren, wespen en af en toe motten, afhankelijk van de soort. Ik krijg dan ook vaak de vraag hoeveel vliegen een trompetbekerplant kan vangen. Uiteraard is dit moeilijk precies te beantwoorden maar deze planten zijn duizenden jaren geëvolueerd en zijn enorm efficiënt in het vangen van insecten. Als de plant buiten of in een koude kas of serre staat zullen de bekers tegen het einde van de zomer vaak propvol zitten met wel 100 dikke bromvliegen per beker. Muggen worden weinig gevangen door Sarracenia, deze worden wel af en toe door Drosera gevangen. Zie hieronder een filmpje van een doorgeknipte Sarracenia flava beker bij mij in de serre:
De prooien van Sarracenia zijn best divers, S. rubra, S. minor en S. psittacina vangen vooral niet-vliegende insecten zoals mieren en S. psittacina kan zelf organismen in het water vangen doormiddel van de typische fuikvallen. Ook bij de andere soorten (S. flava, S. alata, S. leucophylla en S. purpurea) zijn mieren een groot deel van de vangst alsook verschillende keversoorten en andere insecten.
Vlinders en motten zijn nog een andere groep van insecten die door Sarracenia gevangen wordt en dit lijkt vooral bij S. leucophylla het geval te zijn. Mogelijk komt dit door de witte kleur van de bekers. Bijen en hommels worden ook wel eens gevonden in de bekers van bepaalde soorten maar dit is slechts een heel klein percentage en heeft gelukkig geen negatieve effecten op de bijenpopulaties. Verder vangen de grotere soorten (vb. S. flava & S. leucophylla) over het algemeen meer vliegende insecten zoals vliegen dan de lagere soorten (vb. S. purpurea).
Prooien in cultivatie
In België en Nederland vangen Sarracenia voor het grootste deel verschillende soorten vliegen, mieren, wespen en af en toe motten, afhankelijk van de soort. Ik krijg dan ook vaak de vraag hoeveel vliegen een trompetbekerplant kan vangen. Uiteraard is dit moeilijk precies te beantwoorden maar deze planten zijn duizenden jaren geëvolueerd en zijn enorm efficiënt in het vangen van insecten. Als de plant buiten of in een koude kas of serre staat zullen de bekers tegen het einde van de zomer vaak propvol zitten met wel 100 dikke bromvliegen per beker. Muggen worden weinig gevangen door Sarracenia, deze worden wel af en toe door Drosera gevangen. Zie hieronder een filmpje van een doorgeknipte Sarracenia flava beker bij mij in de serre:
Zelf als er een paar duizend vleesetende planten bij elkaar staan vangen bijna alle planten nog steeds enorm goed!

Referenties:
Fish, D. (1976). Insect-plant relationships of the insectivorous pitcher plant Sarracenia minor. Florida Entomologist, 199-203.
Harvard. (2020b). Sarraceniaceae captures. Retrieved from
https://harvardforest.fas.harvard.edu/sarraceniaceae-captures (last accessed 22-08-2020).
Heard, S. B. (1998). Capture rates of invertebrate prey by the pitcher plant, Sarracenia purpurea L. The American midland naturalist, 139(1), 79-89.
Horner, J. D. (2014). Phenology and pollinator-prey conflict in the carnivorous plant, Sarracenica alata. The American Midland Naturalist, 171(1), 153-156.
Jürgens, A., Sciligo, A., Witt, T., El‐Sayed, A. M., & Suckling, D. M. (2012). Pollinator‐prey conflict in carnivorous plants. Biological Reviews, 87(3), 602-615.
McPherson, S., & Schnell, D. E. (2011). Sarraceniaceae of North America. Redfern Natural History Productions.
Wray, D. L., & Brimley, C. S. (1943). The insect inquilines and victims of pitcher plants in North Carolina. Annals of the Entomological Society of America, 36(1), 128-137.
Optioneel